Museum Glockengießerei Mabilon

Staden 130
54439 Saarburg

Telefon: +49 6581 2336

Mail

 

Unser Haus hat wieder geöffnet!

Unsere Hygiene- und Abstandsregeln und weitere Informationen unter: https://www.kulturgiesserei-saarburg.de/aktuelles/

 

Öffnungszeiten

Mo-Fr 09.00-17.00 Uhr

Sa vorläufig geschlossen

So/Feiertag 11.00-17.00 Uhr

 

Geschlossen

24.-26.12.2020

31.12.2020/01.01.2021

 

Über uns

 

Anfahrt

 

Newsletter abonnieren

Vrede zij zijn eerste luiden

Bezoek aan de voormalige klokken­gieterij Mabilon

Een van de oudste ambachten en getuige van onze christelijke cultuur werd  onge­veer 230 jaar in Saarburg uitgeoefend: het gieten van een klok.

Sinds 2003 is de productie stilgelegd en toch lijkt het net alsof de meester klokkengieter en zijn gezellen alleen maar even pau­zeren. En dat moet ook zo blijven.  

Het enige Duitse klokken­gie­te­rijmuseum is zowel qua ligging aan de rand van de historische oude kern van de stad Saar­burg als de bewaarde omstandigheden een unie­ke getuige van de geschiedenis van onze stad. De oudste nog bestaande klok van de klok­kengietersfamilie Mabilon werd in 1639 gegoten en hangt in Calle bij Meschede.

Wanneer vanuit kerktorens of elders klokken luiden, zijn weinigen zich er van bewust welke vaardig­heden, moeite en zorgen het gie­ten van een klok vergt. Slechts enkelen hebben dit kunstvak nog onder de knie. Doorgaans zijn het klokkengietersfamilies die hun kunst, als een zorgvuldig bewaard geheim, van generatie op generatie hebben over­ge­dragen. Terecht wordt het beroep van klok­kengieter nu als zeer zeld­zaam en waardevol beschouwd. Het werd door de grote Duitse dichter Schiller in zijn gedicht „Das Lied von der Glocke“ geloofd en bezon­gen.

Het berekenen van de toon van de klok

De moeilijkste opdracht in de kunst van het maken van een klok, ligt in het krijgen van de gewenste hoofdtoon met zijn van belang zijnde neventonen. Daarvoor is niet zo zeer de legering van het metaal van belang, maar veel meer het profiel van de klok, m.a.w. de juiste verhouding tussen hoogte, omvang en wanddikte. Verwon­derlijk is dat deze ver­houdingen meer berusten op over­gelever­de ervaring dan op weten­schap­pelijke berekeningen.

Het voor de klok zo belangrijke profiel wordt bereikt door middel van een houten mal, Het uittekenen daarvan is uiteraard een van de bijzondere taken van de meester klokken­gieter, want daarin ligt de basis voor het welslagen van de klok.

Vervaardiging van de vorm

Eerst wordt de kern met halfronde bak­steen gemetseld en leemaarde besmeerd. De klokkengieter geeft hierbij, met behulp van het gekozen patroon, aan de kern de vorm die de binnenzijde van de klok moet krijgen. De kern wordt gedroogd door inwendig ontstoken vuur. Daarna brengen de vormenmakers, bekwame vaklui met jarenlange ervaring, een tweede laag leemaarde aan. Met behulp van het inmiddels verder uitge­sneden patroon, krijgt men de modelklok die men ook wel de „valse klok“ noemt, Daarbovenop komt dan, eveneens uit leemaarde, de klokkenmantel. Nadat de drie lagen volledig droog zijn, wordt met een takel de klokkenmantel opgetild en de valse klok voorzichtig stukgeslagen. Daarna komt de klokkenmantel terug over de kern. Dit gebeurt zonder problemen nadat eerst de verschillende delen met was of grafiet ingesmeerd worden.

Waar zich eerst de valse klok bevond, is nu een holle ruimte, waarin later het vloeibaar gemaakte metaal gegoten wordt.

Het hele werk is natuurlijk veel moeizamer en tijdrovender wat zou blijken als ook de nood­zake­lijke voorbereidingen toegelicht worden. Het leem moet bijzonder goed gepre­pa­reerd worden. Het opbrengen ervan gebeurt telkens in verschillende lagen die elk afzonderlijk moeten drogen. De scheurvastheid en soepelheid van de leemaarde wordt gedeel­telijk verhoogd door toevoeging van hennepvezels of kalfshaar.

De versie­rin­gen en beelden, die de klok zal dragen, worden in was op de valse klok geplakt en zo in de klokkenwand gedrukt zodat ze daarna op de klok verschijnen.

De lemen vorm wordt dan, meestal samen met andere klokvormen, in de gietput in­ge­graven om te voorkomen dat het zeer vloeibare metaal de vorm uit elkaar zou doen spatten. Wanneer de vorm in de aarde vastgemetseld is, smelt in de oven al de klokkenspijs, die is samengesteld uit 78 delen koper en 22 delen tin.

Het gieten van de klok

Het gieten is een spannend moment. Meestal waren daarbij de klant die de klok heeft besteld en een aantal gezagdragers uit de stad aanwezig. Alles gaat gepaard met folkloristische en religieuze gewoon­tes met als vast symbool twee brandende kaarsen in een muurhoekje

Ondanks de borrelende oven, omgeven door allerlei gereed­schap­pen, heeft men niet het gevoel zich in een fabriekshal te bevinden. De waar­dige stilte en het fluisteren van de be­velen, geven nu reeds een duidelijke indruk van de atmosfeer waarin later de klok zijn taak zal volbrengen.

Elke medewerker neemt in de giethal zijn plaats in. De in leem gemet­selde gietgoten lopen vanuit de giettap van de smeltoven naar de verschillende klokvormen.

Alle voorbereidingen zijn nu getroffen en in de stille, halfdonkere ruimte weerklinkt een kort gebed: ”Dat God het door mensen­handen en menselijke geest voorbereide werk met een geslaagd gieten moge zege­nen“. Dan trekt de meester met de woor­den „In naam van God“ de tap eruit en de vrijgekomen, witgloeiende klokkenspijs zoekt zich borrelend en sissend een weg naar de klokvormen in de aarde. Op ge­dempte toon geeft de meester de schaar­se noodzakelijke bevelen aan zijn helpers. Sissend ontsnapt de lucht met een blauw groene walm uit de vorm langs de windpijpen. Het gieten neemt slechts enkele minuten in beslag. Een gorgelend geluid wijst er op dat de ruimte waar zich voordien de valse klok bevond, door het vloeiend metaal gevuld is. Een dankgebed en een ogenblik stilzwijgen, besluiten het gietproces, dat werkelijk een oorspron­ke­lijk schouwspel biedt.

De geboorte van de bel

Het afkoelen duurt enkele dagen en dan kan de klok vrij gemaakt worden. Wanneer de klok te voorschijn komt, is hij nog zwart en niet toonbaar, toch na korte tijd poetsen met zand en water, krijgt hij zijn mooie heldere bronzen glans. Nadat dan de klepel is aangebracht, test een bevoegd klokkenkenner of de gewenste toon zuiver klinkt waarmee dan de prestatie van de meester en van zijn gezellen geprezen wordt.  Nu  is de klok klaar voor montage op de plaats van bestemming.

Druckversion Druckversion | Sitemap Diese Seite weiterempfehlen Diese Seite weiterempfehlen
© Museum Glockengießerei Mabilon